I.v.m de corona crisis is de reunie 2020 niet doorgegaan, voor 2021 is nog geen datum gepland. Op 16 december is onze sobat Dirk Heetebrij overleden. Op 13 juni is onze sobat Gerrit Westerbaan overleden. Op 13 september j.l. is onze Sobat Jo Zweiphenning overleden.

Historie Infanterie Beveiligings Peloton
.
Reusel 23 oktober 2010
 
Op datum 22 oktober 2010 hebben Piet van Londen, Simon van Neck en Thijs van der Zanden in het "Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Defensie: archieven van de strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea, 1950-1962" op de Alexander kazerne in Den Haag onderzoek verricht betreffende het Beveiligings Peloton.
 
We hebben hier enkele documenten gevonden betreffende dit peloton, waaruit zonneklaar blijkt dat het  Bev. Pel was ingedeeld bij de 7de afd LT LUA voorheen de Zelfstandige  Afdeling Biak. Er liggen waarschijnlijk op een andere locatie in Den Haag (Nationaal Archief) ook nog diverse bescheiden betreffende het Beveiligings Peloton. We zijn echter jammer genoeg tot op heden (nog) niet in de gelegenheid geweest om ook hier onderzoek te verrichten.
 
Het Nieuw-Guinea-conflict .
 
De Indonesische regering claimde Nieuw-Guinea al vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse regering bestreed dit en bleef het gebied als Nederlands beschouwen. Jarenlange onderhandelingen leverden geen oplossing aan en de politieke spanning nam steeds meer toe toen Indonesië aan het einde van de jaren ’50 alle diplomatieke betrekkingen verbrak.
 
Als antwoord ontplooide Nederland in 1958 militaire versterkingen in Nieuw-Guinea waaronder  een luchtmachtdetachement dat belast werd met de luchtverdediging. Dit detachement werd gelegerd op Biak toen bleek dat Indonesische troepen hier infiltreerden ter voorbereiding van een grootschalige inval.
De eerste luchtmacht bijdrage werd de inrichting van 2 MkIV waarschuwingsradars op Biak en het nabijgelegen eilandje Woendi. Toen de politieke situatie tussen Nederland en Indonesië steeds slechter werd besliste de Nederlandse regering in 1960 opnieuw tot het zenden van versterking.
 
Onder de codenaam "Plan Fidelio" werd de luchtmacht belast met het inrichten van het Commando Luchtverdediging Nederlands Nieuw-Guinea (CLV NNG).
Dit bestond uit:
1. een luchtverdedigingssquadron met 12 Hawker Hunter F Mk.4 toestellen en 2
Aërospatiale Alouette II SAR helikopters
2. een radarnavigatiesysteem op Biak en
3. een reserve airstrip bij Noemfoer
 
De vliegtuigen en SAR-helikopters werden met het vliegkampschip Karel Doorman naar Zuidoost-Azië gebracht en een jaar later vond nog een aanvulling plaats van 12 Hawker Hunter F Mk6 toestellen die in staat waren tot het vervoeren van meer brandstof en dus een grotere reikwijdte hadden.
Bron: Website http://www.nederlandseluchtvaart.nl
 
Naast deze KLU bijdrage werd er ook een contigent LUA ingezet met onder ander 40L60 en later 40L70 stukken. Deze LUA eenheid kreeg de naam Zelfstandige Afdeling Biak en is later overgegaan in de 7de afd Lt LUA.
Foto boven: Biak met links daarvan zustereiland Supiori slechts gescheiden door een zeer smalle zeestraat waardoor het eigenlijk op één eiland lijkt. Ten oosten van Biak de Padaido eilanden.
 
Alleen aan de Zuidoost kust van Biak eiland was een summier wegennet en wel van de Marine Kazerne door de stad Biak en dan langs de vliegvelden tot aan de Noordoost punt van Biak. Verder was het in het gunstigste geval behelpen met Papua- en/of wildpaden. Wel lag er nog een bereidbare weg van Biak stad de Ridge op naar Landbouw en nog een langs de MKB enkele km naar het westen toe.
 
Ter beveiliging van deze luchtverdedigings eenheden (KLU en LUA) op Biak en Woendi werd in eerste instantie (Plan Fidelio 1958) uit gegaan van 2 versterkte Infanterie Pelotons met ieder een sterkte van 80 man. Er moest immers om een enigszins betrouwbare beveiliging te kunnen realiseren in een gebied groter dan de provincie Noord Brabant (ongeveer 6000 vierkante km waarvan 2600 vierkante km land) met ondoordringbare bush - alleen te voet of per boot bereikbaar - toch intensief gepatrouilleerd kunnen worden.
In de eerste planningen werd de RADAR groep van de KLU en het Beveiligings Peloton ondergebracht als een peloton en ingedeeld bij de Zelfstandige Afdeling Biak.  
Zie hiervoor bovenstaande commandostructuur waar naast de Commando groep, nog vier tirailleurgroepen en een RADAR groep worden vermeld welke rechtstreeks onder bevel staan van de Commandant van de Zelfstandige Afd Biak.
 
 
 Zoals op bovenstaande foto te zien is, is alleen de zuidkant van het atol waar de Padaido eilanden op liggen toegankelijk voor schepen met een grotere diepgang dan enkele tientallen cm. De Amerikanen hebben in WOII de doorgang nog wat dieper gemaakt, waardoor zelfs de grootste Amerikaanse (vliegkamp) schepen konden afmeren bij Woendi (het driehoekige eiland in het midden van het atol) Een groot gedeelte van de randen van het atol (het lichtgekleurde gedeelte) komt met laag water ook wel droog te staan.
 
Het atol zelf is iets minder dan 20 bij 20 km groot en is gevormd door een niet meer actieve vulkaan. Het atol met de omringende eilanden (let ook eens op de op een voetstap lijkende eilandengroep met Insamfursi) is meer dan 20 km bij 40 km groot. In de linkerbovenhoek is de oostkust van Biak nog gedeeltelijk zichtbaar.
 
  
In eerste instantie was het de bedoeling om de RADAR groep en het Beveiligingspeloton in één peloton bij elkaar te brengen, men is echter al weer snel van dit idee afgestapt, mogelijk omdat men heeft ingezien, dat het bijna ondoenlijk is om een RADAR groep van de KLU en een Infanterie peloton beiden naar behoren te laten functioneren onder één commando.
 
Voor wat de personele bezetting van het Beveiligingspeloton betreft zij opgemerkt dat in eerste aanzet (Plan Fidelio 1958) was uitgegaan van twee versterkte Infanterie pelotons van 80 man elk hetwelk in juli 1958 al is teruggebracht naar één peloton bestaande uit 4 tirailleurgroepen van totaal zo’n 40 man en (nog) zonder mortier en granaatwerper.
 
Een infanterie patrouille arriveert bij kampong Sapiaru westelijk van de Marine Kazerne op Biak.
 
 
 
 Weer wat later, maar nog steeds voor de daadwerkelijk verplaatsing van de eenheden naar NNG is de sterkte van dit Infanterie Beveiligingspeloton teruggebracht naar 1 peloton (van ongeveer 40 man) met drie tirailleurgroepen welke ieder over twee brengroepen beschikten en het peloton kreeg daarnaast nog de beschikking over een ostgroep die over een mortier en een raketwerper beschikte.
 
Wij hebben in het archief niet kunnen vinden waarom deze getalsmatige wijziging heeft plaatsgevonden, maar het zou te maken kunnen hebben met het kostenplaatje. LUA stukken en KLU vliegtuigen en RADARS moeten natuurlijk bemand en onderhouden kunnen worden, dus de enige manier om geld uit te sparen ligt bij de beveiliging en 160 man of een kleine 40 man scheelt natuurlijk direct enorm in de facilitaire kosten, de personele kosten en de onderhoudskosten.
 
Wel is hier de vuurkracht van het peloton beduidend verhoogd doordat de drie tirailleurgroepen tezamen over 6 Lt mitrailleurs (Bren) beschikten in plaats van eerder de 4 tirailleurgroepen met ieder één Bren. Bovendien is de vierde tirailleurgroep vervangen door een Ost groep met een mortier en een granaatwerper. Eveneens om voor ons onduidelijke reden (we hebben hier geen bescheiden over kunnen vinden) is kennelijk in de tweede helft van 1958 besloten om in plaats van gewone infanteristen, een Commando peloton ter beveiliging van de Luchtverdedigingsmiddelen in te zetten. KLU en commando’s zijn eind 1958 uitgezonden naar NNG en in februari/maart 1959 is men begonnen met de installatie van de RADARS op Biak en Woendi.
 
Citaat Jan Hoppe (Ex KLU RADAR monteur).
"Op 13 maart 1959 is de 2e Radar (de eerste stond op Biak) van het Marconi type 15 Mk V per Hr.Ms. L9608 naar Woendi verscheept en op het strand ontscheept. Enige dagen na aankomst is al het Radar materieel per kabelwagen naar de noordpunt van het eiland gebracht."
 
Einde citaat.
 
 
De Commando’s en KLU monteurs werden op Woendi gelegerd in de overblijfselen van het "Oude Amerikaanse kamp", dat tot die tijd ook wel gebruikt werd om acclimatiserende militairen onder te brengen of als oefenlocatie diende voor Mariniers. In de tweede helft van 1959 is het nieuwe kamp op de Noordwest punt van het eiland waar ook de RADAR al geplaatst was in gebruik genomen en kon men de oude nissenhutten omruilen voor de heel wat comfortabeler nieuwe legeringsbarakken. Ook "Huisje plons" bij de steiger werd vanaf dat moment niet meer zo vaak bezocht, want op het nieuwe kamp waren toiletten met waterspoeling, douches en een rioolafvoer aanwezig
 
Citaat Jan Hoppe:
"Het 1e detachement van KLu en Commando's hadden begin 1959 hun onderkomen in de quonsets (nissenhut) in het oude (Amerikaanse) kamp. Deze nissenhutten waren bloedheet en vooral in de hoeken van de klamboes voelden de luizen zich kennelijk erg thuis.
 
Regelmatig moest dus met anti insecten poeder het lastige tuig te lijf gegaan worden.
 
In de nacht gebeurde het weleens dat er een harde knal werd gehoord, dan was er weer eens een kokosnoot op de nissenhut gevallen. Dan werd de volgende dag weer een Papua ingehuurd om alle kokosnoten uit de palmbomen boven de hutten te verwijderen. Het eten werd genuttigd in de open lucht, op een verhoging bestaande uit PSP platen".
Einde citaat
 
Nog in 1959 wordt de beveiliging van het totale gebied als volstrekt onvoldoende aangemerkt zie hiervoor bovenstaand uittreksel van een rapport dienaangaande, dit heeft uiteindelijk tot gevolg dat KLU en LUA in 1960/1961 worden versterkt.
 
Het commando beveiligingspeloton wordt vanaf 1 maart 1960 vervangen door Infanteristen, maar er worden voor wat de beveiliging van de luchtverdedigingsmiddelen betreft verder geen extra manschappen ingezet waardoor het totale aantal infanteristen blijft steken op ongeveer 40 man (Off, OO, Kpl en manschappen). De eerste infanterielichting (59-5) is met de voortgezette Infanterieopleiding begonnen omstreeks november 1959 te Oirschot en wel tezamen met de Suriname Cie. Deze lichting is op 1 maart 1960 gearriveerd op Biak en is samen met de nog aanwexige commando's direct na aankomst begonnen met de eerder genoemde beveiligingstaak.
 
Op 10 december 1960 geeft de minister van Defensie zijn goedkeuring aan bovenvermelde commandostructuur waarmee de RADAR groep en het beveiligingspeloton niet meer als een geheel worden gezien. De taak van het beveiligingspeloton blijft hetzelfde namelijk beveiliging van alle luchtverdedigingsmiddelen (KLU en LUA) op de Schouten eilanden in de Geelvinkbaai met de nadruk op Biak en de Padaido eilanden.
 
Het bleef een onmogelijke taak om met zo’n kleine groep infanteristen in zo’n omvangrijk gebied - grotendeels bestaande uit ondoordringbaar oerwoud - regelmatig alle kampongs aan te doen middels patrouilles te voet. Veel van de patrouilles beperkten zich dan ook door per boot de kustkampongs te bezoeken al of niet in combinatie met een één daagse patrouille te voet. Meerdaagse patrouilles naar het binnenland van Biak eiland waren eerder zeldzaam en eigenlijk ook onmogelijk vanwege de andere beveiligingstaken.
 
 
  
 
 
 
Hierboven en onder enkele uittreksels uit een periodiek rapport betreffende het functioneren van de 7de afd Lt LUA en het infanterie beveiligingspeloton.
 
 
Vanwege de beveiliging van de RADAR op Woendi waren daar in principe altijd drie groepen (tirailleur/Ost groep) infanterie aanwezig, Deze bleven 6 weken op Woendi. Elke twee weken werd er een groep afgelost die dan naar Biak ging om daar wacht te lopen bij de KLU RADAR en patrouilles te voet of per boot uitvoerde op het gehele eiland.
 
De RADAR op Woendi is intussen (rond juli 1961) gedemonteerd en naar elders verplaatst, hierdoor is het niet zinvol om drie infanterie groepen constant aanwezig te laten zijn op Woendi, hetwelk uiteindelijk op 6 oktober 1961 geresulteerd heeft tot bovenvermelde verplaatsing van het voltallige peloton.
 
 
De Elt Hans van den Berg is in september met repat naar Nederland vetrokken en ook zijn plaatsvervanger de Elt Musch is in november 1961 naar Nederland verplaatst, hierdoor kwam het peloton onder het bevel van een dpl Tlt namelijk de Tlt Evert vd Vliert. Dit was uiteraard niet acceptabel maar toch heeft het nog tot 7 januari 1961 geduurd voordat de Elt Maljaars het commando van het peloton over kon nemen,
 
Citaat uit de brieven van de sgt1 H.M.E. Pieters aan de sgt Henk van Wessel:
 
"Zondag 7 januari 1962 arriveerde onze nieuwe P.C. de 1e ltn Maljaars. Deze moet als compagnies commandant in Roermond hebben gezeten.. Volgens zeggen, had bedoelde officier de eerste de beste dag al woorden met de overste Le Roy (Cdt 7de afd Lt LUA), omtrent de vraag,waarom hij geen strafbevoegdheid heeft voor ’t Bev.Pel. en waarom tot dusver zijn personeel door een Artillerie officier moet worden gestraft.
 
Einde citaat.
 
Aankomst Ind. gevangenen op Woendi
In bovenstaand periodiek verslag van de 7de afd Lt Lua wordt o.a. melding gemaakt van:
 
1. Schietoefeningen op 7 december 1961 en
2. een demonstratie, verzorgd door het Beveiligings Peloton (samen met 42 Inf Cie),     op 12 en 13 december 1961 voor de Gen Majoor der mariniers J.G.M. Nass.
 
 
 
 
 
Citaat dagboek Evert van de Vliert.
"Op 23 januari 1962 vertrok ik als kwartiermaker met 10 man naar Woendi om het kamp te ontluizen en een aanvang te maken met draadversperringen en meubilering" ... "Al vroeg verlieten we de handelssteiger met een schip vol cement, palen, gereedschap en koelies. Het lossen op Woendi was een heidens werk. Alles moest met een trailertje vervoerd worden." Op 24 januari stonden we heel vroeg op "en begonnen als gekken te werken. Om 10 uur kwam er een grote landingsklep met nog meer materiaal, een jeep en de rest van het peloton." In de nacht van 24 op 25 januari werkte een ploeg door aan de bouw van het kamp, de omheining van prikkeldraad en de wachttorens.
 
De eerste gevangenen werden al op de avond van 30 januari 1962 op Woendi geïnterneerd en dat waren een 50 tal overlevenden (waaronder ook een 14 tal "landverrader-Papoea's" van de "Matjan Tutul" de motortorpedoboot die door H.M. Evertsen tot zinken werd gebracht bij een poging de Etnai-baai aan de zuidkust binnen te varen."
Einde citaat
 
 
 
Door de inzet van het Beveiligingspeloton vanaf 23 januari 1962 als gevangenen bewakers op Woendi was het peloton niet meer in staat de beveiliging van de aanwezige luchtverdedigingsmiddelen op Biak of elders op zich te nemen, maar moet deze taak o.a. worden uitgevoerd door LUA personeel en de Cdt 7de afdLt Lua uit medio februari zijn bezorgdheid hierover dan ook aan de CMRGVB (Commandant Marine Geelvinkbaai). Zie hiervoor bovenstaand uittreksel Periodiek verslag van de 7de afd. Lt LUA.
 
We hebben tot nu toe geen enkele informatie gevonden waarom en wanneer het besluit is genomen om het Inf Bev Pel van Oranje Gelderland emblemen te voorzien. Ook hebben we geen informatie gevonden over tijd en plaats van opheffing van het peloton.
 
In nagenoeg alle aktes die gevonden zijn is sprake van het “Beveiligings Peloton” een enkele keer wordt dit peloton vermeld als “Infanterie Beveiligings Peloton” (Periodiek verslag nr 13 1 sep – 1 okt 1961 7de Afd Lt LUA), wel is er al vanaf juni 1958 steeds sprake van een bezetting door Infanteristen. Mogelijk is door ons zelf – ter onderscheiding van de Commando’s – de benaming “Infanterie Beveiligings Peloton” in gebruik geraakt.
 
Eenmaal wordt het “Bewakingsdetachement Commandotroepen” vermeld in een rapport over de ernstige tekorten op het gebied van  Luchtverdedigingsmiddelen en Grondstrijdkrachten (Defensiearchief akte 22 doos 6 map 8).
 
Er blijven nog steeds vragen open, maar om die te kunnen beantwoorden zal er nog meer onderzoek verricht moeten worden.
 
Met dank aan de medewerk(st)ers van het Nationaal Defensie Archief te Den Haag.
.
Piet van Londen, Simon van Neck, Thijs van der Zanden
Bewerking: Thijs van der Zanden

Hoofd menu

Open menu

Statistieken

Artikelen bekeken hits
855590
Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com